Wie in Nederland machinaal graaft, vraagt eerst bij het Kadaster op welke kabels en leidingen er liggen. Dat verzoek heet een KLIC-melding. De WIBON, de wet over informatie-uitwisseling van netten, verplicht het. In dit artikel lees je welke melding bij welke situatie hoort en wat je met de levering doet.
De drie soorten KLIC-meldingen
Het Kadaster kent drie meldingen. Het verschil zit in het moment waarop je ze doet en in wat je er daarna mee mag.
- Graafmelding. Voor mechanische graafwerkzaamheden. De grondroerder doet de melding minimaal 3 en maximaal 20 werkdagen voor de start van het werk.
- Oriëntatieverzoek. Voor de planfase. Een ontwerper of opdrachtgever vraagt de ligging op om een tracé te kiezen. Met een oriëntatieverzoek mag je niet graven.
- Calamiteitenmelding. Voor spoed, bijvoorbeeld een lek of een storing die direct gevaar oplevert. Je mag meteen beginnen.
Wie doet de melding?
De graafmelding is de taak van de grondroerder: het bedrijf dat de machine bedient. De opdrachtgever blijft verantwoordelijk voor de voorwaarden. Hij zorgt dat de grondroerder zorgvuldig kan werken, met voldoende tijd en budget voor onderzoek.
Bij een ontwerp doet het ingenieursbureau meestal het oriëntatieverzoek. Zo staan de bestaande netten al in het voorlopig ontwerp en komt de aannemer later niet voor verrassingen te staan.
Wat zit er in de levering?
Binnen korte tijd na de melding ontvang je een digitale levering met de gegevens van alle netbeheerders in het gebied.
- De ligging van kabels en leidingen per netbeheerder, als kaartlagen in het IMKL-model.
- Bijlagen zoals huisaansluitschetsen en detailtekeningen.
- Contactgegevens per netbeheerder.
- Een eis voorzorgsmaatregel bij netten met een groot risico, zoals hogedrukgas of hoogspanning.
Staat er een eis voorzorgsmaatregel in de levering? Dan neem je contact op met die netbeheerder voordat je begint. Vaak wil de beheerder bij het werk aanwezig zijn of stelt hij voorwaarden aan de werkwijze.
Het graafgebied tekenen
Je tekent zelf het gebied waarvoor je de gegevens opvraagt: de graafpolygoon. Teken die passend om het werk. Een te groot gebied geeft ruis en kost de netbeheerders onnodig werk. Het Kadaster begrenst bovendien de afmetingen van één melding. Knip een lang tracé daarom in opeenvolgende delen.
Na de levering begint het echte werk
De tekening uit de levering is een theoretische ligging. Kabels liggen in de praktijk geregeld ergens anders dan op de kaart. Daarom stel je de werkelijke ligging vast met proefsleuven wanneer je binnen 1,5 meter van een kabel of leiding graaft.
Drie afspraken horen bij elke graafmelding:
- De gegevens uit de levering zijn op de graaflocatie aanwezig.
- Vind je een kabel die afwijkt van de kaart, dan meld je die afwijking terug aan het Kadaster.
- Vind je een leiding die op geen enkele kaart staat, dan meld je die als onbekend net.
Veelgemaakte fouten
- De graafmelding te vroeg doen, waardoor de termijn van 20 werkdagen verloopt voor de start.
- Graven op basis van een oriëntatieverzoek.
- De eis voorzorgsmaatregel over het hoofd zien in een levering met tientallen bijlagen.
- Huisaansluitingen vergeten: die staan vaak alleen als schets in de bijlagen.
KLIC als onderdeel van de werkvoorbereiding
Een KLIC-melding staat zelden op zichzelf. De gegevens voeden de raakvlakkeninventarisatie, het proefsleuvenplan en het ontwerp. Trayect verwerkt de levering in de tekening en plant het onderzoek dat erop volgt. Lees meer over onze werkvoorbereiding en vergunningen.
Trayect, engineering voor kabels en leidingen
Alle artikelen


